|
||||||||
|
De volledige discografie van de Nederlandse folk- en Americanazanger en songschrijver Ad Vanderveen opsommen zou wellicht al meer dan een A4-tje vergen, dus daar zullen we deze recensie van zijn nieuwste album “Camino Wayside” best niet mee beginnen. De nu 68-jarige muzikant debuteerde als countryrocker in 1980 met zijn band ‘The Cotton Brothers’ die even later van naam veranderde naar ‘Personnel’ en in 1992 hun in Nashville, Tennessee opgenomen laatste album “Continuing Stories” op de markt bracht. Op die plaat speelden grote sterren als Al Perkins, Al Kooper en accordeonlegende Flaco Jiménez meer. In 1993 trad Ad Vanderveen voor het eerst als soloartiest naar buiten met het album “Travel Light (The Rock City Sessions)” en daarna bracht hij die lange reeks albums uit in diverse stijlen en concepten. Algemeen bekend is zijn bewondering voor en vriendschap met de in januari 2020 overleden Amerikaanse folkzanger en songschrijver David Olney en ook zijn samenwerkingen met o.a. Iain Matthews, John Gorka en Eliza Gilkyson zullen voor de echte muziekfans geen verrassing zijn. In 2019 trouwde deze vader van twee zonen met zijn muze Kersten de Ligny die sinds hun kennismaking in 2005 op haast al zijn platen harmony and backing vocals zingt, naast occasioneel percussiewerk en het spelen op autoharp. Songs schrijven en platen opnemen is Ad’s lange leven en hij geniet blijkbaar ook van een haast onuitputtelijke bron van inspiratie. Op zijn nieuwe album “Camino Wayside” resulteerde dat in elf nieuwe nummers waarvan hij er zelf tien heeft voorzien van teksten en muziek. De enige coversong op deze plaat is er één van het niet zo bekende nummer “Trasher” dat ‘Neil Young & Crazy Horse’ in 1979 opnam op het folkrockalbum “Rust Never Sleeps”. Ad brengt deze song in een meer door elektrisch gitaarspel gedreven versie dan de wijze waarop Neil Young het nummer destijds heeft gebracht. Snarenvirtuoos Ad Vanderveen speelt op deze nummers op akoestische en elektrische gitaar, banjo, mandola, piano en mondharmonica terwijl de hem begeleidende groep instrumentalisten bestaat uit Willie Ahrend op ‘nylon string’-gitaar, Dan Shergold en Pete Fisher op basgitaar, Simon Moore op orgel en Per Hu op cello. Het album werd in twee verschillende studio’s opgenomen: vooral in de in de albumtitel opduikende ‘Casa Camino Wayside’ in San Sebastián in het Spaanse Baskenland en de finale afwerking gebeurde in Ad’s eigen ‘Songsense Studio’ in zijn woonplaats Bussum. Zoals steeds zit er ook nu weer een puik verzorgd boekje met de songteksten bij de cd die overigens over een heel knappe cover beschikt van een grote schelp die ze blijkbaar zijn tegengekomen op het strand nabij de Spaanse opnamestudio die gelegen is aan de pelgrimsroute ‘Camino De Santiago’. De songonderwerpen gaan zoals wel vaker het geval is bij de liedjes van Ad Vanderveen ook nu weer voornamelijk over de liefde in al zijn positieve en minder leuke aspecten met soms enkele autobiografische ervaringen uit het dagdagelijkse leven. Maar met de mooie folkballad “Old Camino Road” (zie lyrics video onderaan deze recensie) is er ook een verwijzing naar de Spaanse locatie waar deze plaat werd ingeblikt. De eerste video laat u kennismaken met de zeer knappe single “Nothingness Is All” dat door zijn countryrockstijl soms aan de jonge troubadour Bob Dylan doet denken. Naast de twee songs die wat meer rocken door het gebruik van de elektrische gitaar zijn de meeste nummers sober en minimalistisch geïnstrumenteerd zoals we op de folkalbums van Ad Vanderveen gewoon zijn. Openingsliedje “Catch Lightning”, het walsende “Crazy Dreams”, “See What Love Can Do”, “Act Of Love”, “Music Of The Spheres”, het melodieuze “Nothing Written In Stone” waarop Kersten de Ligny in duet meezingt en de piepkleine akoestische albumafsluiter “Too Many Words” zijn de nummers die deze conclusie het best illustreren. “Camino Wayside” blijft door al deze liedjes toch weer een schitterende nieuwe plaat van Ad Vanderveen, maar minder hadden we van deze Nederlandse bard ook niet echt verwacht. (valsam)
|